Beperkte intake geopend: ons behandelprogramma is nu volledig in het Nederlands beschikbaar. Bekijk beschikbaarheid → 020 808 0187
Ga naar de inhoud
020 808 0187 Neem contact op

blog

Wat is verslaving aan stelen (kleptomanie)?

kleptomanie, verslaving aan stelen

Kleptomanie is een psychische aandoening, gekenmerkt door een terugkerende behoefte om te stelen, niet gedreven door persoonlijke behoefte of financieel gewin. Mensen ervaren een onweerstaanbare impuls om spullen mee te nemen, vaak van weinig waarde, gevolgd door een gevoel van opluchting of plezier. 

Kleptomanie wordt gedefinieerd als een verslaving door de dwangmatige aard en het beloningsgevoel na de daad, verschillend van gewone diefstal door het gebrek aan noodzaak of financieel motief. Symptomen zijn herhaaldelijk stelen, een sterke drang om te stelen, en spanning voor de daad. Oorzaken en risicofactoren zijn een combinatie van genetische, neurologische, en omgevingsfactoren. 

Het komt vaak samen voor met andere mentale gezondheidsstoornissen, zoals angststoornissen en depressie. Diagnose vereist een zorgvuldige beoordeling van gedrag en uitsluiting van andere oorzaken. Behandelingen zijn therapie, zoals cognitieve gedragstherapie (CGT), en soms medicatie om gerelateerde aandoeningen zoals angst of depressie te behandelen. Steungroepen bieden ook waardevolle hulp. 

Niet behandelen kan leiden tot persoonlijke, sociale, en juridische consequenties. Kleptomanie, hoewel relatief zeldzaam, wordt beschouwd als een impulscontrole- of gedragsstoornis, en toont opmerkelijke verschillen met middelenverslavingen, vooral in de behandeling en het herstelproces. Afkickklinieken spelen een rol, vooral bij ernstige gevallen. Preventie is moeilijk, maar vroegtijdige herkenning van symptomen kan helpen bij het beheersen van de aandoening.

Wat definieert kleptomanie als een verslaving aan stelen?

Kleptomanie is een verslaving waarbij iemand een onweerstaanbare drang voelt om te stelen, zonder dat de gestolen spullen waardevol zijn. Het gedrag volgt een cyclus van spanning vóór de diefstal en opluchting erna. Dit gevoel wordt echter snel vervangen door schuldgevoelens. 

Dit gedrag is typerend voor verslavingsgedrag. Verslaving in het algemeen wordt gekenmerkt door een patroon van herhaalde handelingen waarover individuen weinig controle hebben, ondanks de negatieve gevolgen. Kleptomanie deelt deze kenmerken, met een krachtige, onweerstaanbare drang om te stelen, gevolgd door emotionele ‘highs’ en ‘lows’, en een patroon van compulsief gedrag met mogelijke terugvallen.

Kleptomanie wordt specifiek geclassificeerd als de meest compulsieve variant van steelgedrag, vaak geassocieerd met stemmingsstoornissen en affectieve spectrum stoornis. Dit onderscheidt kleptomanie van gewone diefstal, waarbij het juist gaat om praktische of monetaire waarde. De onmogelijkheid om de drang te weerstaan, ondanks het besef dat het verkeerd is, benadrukt de compulsieve en verslavende aard van kleptomanie. 

Volgens onderzoek van McElroy, Hudson, Pope, & Keck (1991), kan kleptomanie gerelateerd zijn aan stemmingsstoornissen en behoort het tot affectieve spectrum stoornis, wat de complexe psychopathologie achter deze verslaving verder onderstreept.

Hoe verschilt kleptomanie van gewone diefstal of winkeldiefstal?

Door de terugkerende, onweerstaanbare drang om items te stelen die niet nodig zijn voor persoonlijk gebruik of financieel gewin, verschilt kleptomanie van gewone diefstal of winkeldiefstal. Het wordt gedreven door interne spanning en opluchting in plaats van winst.

Kleptomanie wordt beschouwd als een psychiatrische stoornis in de impulscontrole. Gewone diefstal of winkeldiefstal wordt meestal gemotiveerd door externe factoren, zoals behoefte of winst. Studies tonen aan dat kleptomanie daarin verschilt omdat het impulsieve, ongeplande diefstallen omvat, waarbij de dader intense angst of spanning voor de daad voelt, gevolgd door opluchting of bevrediging na de daad, ondanks mogelijke negatieve gevolgen. 

Kleptomanie patiënten zijn zich vaak bewust van hun probleem en voelen schuld of schaamte, maar kunnen hun drang niet beheersen, wat zelden het geval is bij gewone diefstal of winkeldiefstal. Gewone diefstallen of winkeldiefstallen worden vaak rationeel gerechtvaardigd door de dader, terwijl kleptomanie wordt gelinkt aan mentale gezondheidsproblemen en een gebrek aan impulscontrole, wat het onderscheidt als een zeldzame, maar erkende psychische aandoening.

Wat zijn de belangrijkste symptomen en gedragingen van een verslaving aan stelen?

De voornaamste symptomen en gedragingen van kleptomanie zijn de onweerstaanbare drang om te stelen, niet gedreven door financiële noodzaak, een intense opwinding voorafgaand aan de diefstal, gevolgd door verlichting bij het stelen zelf. Dit wordt echter opgevolgd door schuldgevoelens, schaamte en intense angst. 

Kleptomanie wordt gekenmerkt door terugkerende episodes van stelen, waarbij de gestolen spullen vaak weinig persoonlijke of monetaire waarde hebben en soms verborgen of weggegooid worden. Deze handelingen zijn impulsief, met weinig tot geen planning, en verschillen daarmee van gewone diefstal. De cyclus van spanning, diefstal, en vervolgens schuldgevoelens leidt tot aanzienlijke stress en functionele beperkingen.

Kleptomanie gaat vaak samen met andere mentale gezondheidsproblemen, zoals angststoornissen, depressie, en andere compulsieve stoornissen. De overgangstijd tussen het beginnen met stelen en de diagnose kan kort zijn, wat wijst op de intensiteit van de symptomen. Volgens Grant en Chamberlain (2018) is de ernst van de symptomen van kleptomanie gekoppeld aan de opwinding die het stelen met zich meebrengt, het gelijktijdig voorkomen van compulsieve stoornissen, en een kortere tijd tussen het beginnen met stelen en de diagnose. 

Dit benadrukt de complexiteit van kleptomanie, waarbij de drang om te stelen niet alleen een emotionele ontlading biedt, maar ook diep verweven is met andere psychologische problematiek.

Wat veroorzaakt kleptomanie en wie loopt risico?

Kleptomanie wordt veroorzaakt door een combinatie van genetische, psychologische en omgevingsfactoren, en komt vooral voor bij vrouwen, Onderzoek van McElroy, Hudson, Pope en Keck (1991) toont aan dat kleptomanie, vaak samengaat met stemmings-, angst- en eetstoornissen en inderdaad meer bij vrouwen voorkomt.

Genetische predispositie speelt een rol; mensen met een familiegeschiedenis van kleptomanie hebben een hoger risico. Psychologisch gezien zijn verstoringen in de hersenchemie die stemming en impulscontrole reguleren, gekoppeld aan kleptomanie. Omgevingsfactoren, zoals traumatische ervaringen of ontwikkelingsstoornissen, verhogen ook de kans op het ontwikkelen van kleptomanie.

Deze verstoringen kunnen het moeilijker maken om de drang tot stelen te weerstaan, wat tijdelijke verlichting of plezier biedt en de impuls versterkt. Kleptomanie komt vaak voor samen met andere mentale gezondheidsstoornissen. Onderzoek toont aan dat mensen met kleptomanie een hogere kans hebben op stemmingsstoornissen, angststoornissen, eetstoornissen, en verslavingen, zoals aan substanties of gokken. 

Deze gelijktijdig voorkomende aandoeningen maken het vaak moeilijker om kleptomanie effectief te behandelen, aangezien ze allemaal bijdragen aan de complexiteit van de impulscontrole.

Kan kleptomanie samengaan met andere psychische stoornissen?

Ja, kleptomanie gaat samen met andere psychische stoornissen zoals depressie, bipolaire stoornis, angststoornissen en verslavingen, vooral nicotineverslaving. Daarnaast is er een noemenswaardige overlap met stoornissen zoals boulimia nervosa en compulsief gokken. Deze comorbiditeit compliceert de behandeling en verhoogt het risico op zelfdoding.

Onderzoek van Baylé, Caci, Millet, Richa en Olié (2003) toont aan dat patiënten met kleptomanie hoge comorbiditeit percentages hebben met psychiatrische stoornissen.

Hoe wordt kleptomanie gediagnosticeerd door professionals?

Professionals diagnosticeren kleptomanie door een combinatie van klinische interviews en het toetsen aan diagnostische criteria, zoals uiteengezet in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition (DSM-5). Dit proces vereist een grondige beoordeling van de mentale gezondheidsgeschiedenis van de persoon. 

Ook de emotionele ervaringen gerelateerd aan het stelen van voorwerpen moeten vastgesteld worden. De DSM-5 criteria voor kleptomanie zijn: terugkerende impulsen om objecten te stelen die geen persoonlijke of monetaire waarde hebben voor het individu, een groeiende spanning voorafgaand aan de diefstal, en een gevoel van bevrediging na het stelen. 

Professionals moeten andere mogelijke oorzaken uitsluiten, zoals antisociale persoonlijkheidsstoornis, manische episodes, of financiële noodzaak. Fysieke examens en psychologische tests kunnen ook deel uitmaken van de beoordeling om andere medische of psychiatrische aandoeningen uit te sluiten. 

Wiedemann, G. (1998) benadrukt dat een zorgvuldige beoordeling nodig is om kleptomanie correct te diagnosticeren, waarbij specifiek gekeken wordt naar de geschiedenis van het stelen en de motivatie achter het gedrag. Het diagnosticeren van kleptomanie is een complex proces dat een diepgaand inzicht in de psychologische toestand van de persoon vereist.

Welke behandelopties zijn beschikbaar voor kleptomanie?

Behandelopties voor kleptomanie zijn psychotherapie, medicatie en ondersteuningsprogramma’s. Cognitieve gedragstherapie (CGT) helpt mensen ongezonde denkpatronen te doorbreken. CGT gebruikt technieken zoals het visualiseren van negatieve gevolgen, het koppelen van de drang aan ongemakkelijke acties, en het toepassen van ontspanningsoefeningen.

Medicatie, zoals de opiaat antagonist Naltrexon, kan effectief zijn; onderzoek door Grant, J., Kim, S., & Odlaug, B. (2009) toont aan dat Naltrexon de drang om te stelen en het steelgedrag bij volwassenen met kleptomanie opmerkelijk vermindert en goed wordt verdragen. Ondersteuningsprogramma’s bieden aanvullende hulp en een gemeenschap van mensen die soortgelijke uitdagingen ervaren.

Therapieën gebruikt bij kleptomanie omvatten voornamelijk CGT en soms andere vormen van gesprekstherapie die helpen bij het herkennen en wijzigen van gedragspatronen. Medicijnen, zoals serotonine heropnameremmers ( SSRI’s) en specifiek Naltrexon, kunnen effectief zijn in het reguleren van de stemming en het verminderen van de drang om te stelen. Steungroepen bieden een platform voor het delen van ervaringen en strategieën om met de aandoening om te gaan. 

Onbehandelde kleptomanie kan leiden tot ernstige persoonlijke en juridische gevolgen. Afkickklinieken kunnen een intensieve behandeling bieden, gericht op zowel kleptomanie als eventuele bijkomende verslavingsproblemen. Het aanleren van preventiestrategieën zoals gezonde copingmechanismen, het vermijden van triggers, en het opbouwen van een ondersteunend netwerk is noodzakelijk.

Welke soorten therapie worden gebruikt bij de behandeling van kleptomanie?

Therapieën die gebruikt worden bij de behandeling van kleptomanie omvatten CGT, mindfulness, (gegradueerde) exposure therapie, en responspreventie ofwel reactieonderdrukking. CGT helpt mensen ongezonde gedachten en gedragingen die bijdragen aan de drang tot stelen te herkennen en te veranderen. 

Mindfulness leert hen aanwezig te zijn in het moment, wat helpt de spanning die aan het stelen voorafgaat te verminderen. (Gegradueerde) exposure therapie zorgt voor het zich geleidelijk blootstellen aan situaties die de drang tot stelen triggeren, om zo de angst en de drang te verminderen. Responspreventie richt zich op het weerstaan van de drang om te stelen door het oefenen van alternatieve reacties. 

Asami et al. (2022) ondersteunen het gebruik van CGT gecombineerd met mindfulness, wat effectief kan zijn in het verbeteren van symptomen en levenskwaliteit bij kleptomanie. Deze therapieën bieden vaardigheden om triggers te herkennen, ongezonde gedachten uit te dagen, en copingstrategieën te ontwikkelen om de drang tot stelen te weerstaan.

Zijn medicijnen effectief tegen diefstalverslaving?

Ja, bepaalde medicijnen kunnen effectief zijn tegen diefstalverslaving. Zo toonde onderzoek van Grant en Kim (2002) aan dat Naltrexon de drang tot stelen en het steelgedrag vermindert, met positieve resultaten bij zowel mannen als vrouwen met kleptomanie. 

Naltrexon, een opioïde antagonist, helpt bij het verminderen van de drang en het plezier geassocieerd met stelen, wat laat zien dat sommige mensen behoorlijke baat kunnen hebben bij deze behandeling. Studies wijzen op de potentie van SSRI’s, die angst en gerelateerde stemmingen kunnen verminderen, wat indirect de neiging tot stelen kan verminderen. Hoewel de effectiviteit van SSRI’s varieert en niet specifiek voor kleptomanie is goedgekeurd, laten klinische proeven zien dat individuen met kleptomanie baat kunnen hebben bij deze medicijnen.

Stemmingsstabilisatoren en andere behandelingen tonen ook belofte in vroege studies, met sommige deelnemers die een afname in episodes van stelen ervaren. Echter, de effectiviteit van medicatie kan sterk variëren van persoon tot persoon, en een succesvolle behandeling vereist vaak een combinatie van medicatie, therapie, en voortdurende monitoring.

Samengevat, hoewel er geen enkel medicijn specifiek voor kleptomanie is goedgekeurd, wijst onderzoek uit dat bepaalde medicijnen, waaronder naltrexon en SSRI’s, belofte tonen in het verminderen van de symptomen van kleptomanie. Een zorgvuldige evaluatie en een op maat gemaakte behandelaanpak zijn cruciaal voor het behalen van verbetering in kleptomanie.

Hoe helpen steungroepen mensen met kleptomanie?

Steungroepen helpen door een veilige plek te bieden waar mensen zich niet geïsoleerd voelen. Door het verbinden met anderen die dezelfde strijd ervaren, wordt het makkelijker om specifieke vaardigheden te leren die nodig zijn om de drang tot stelen te beheersen. 

Regelmatige bijeenkomsten met lotgenoten helpen individuen gemotiveerd en toegewijd te blijven aan hun herstel. In deze ondersteunende omgeving voelen deelnemers zich comfortabel om open te zijn, wat helpt bij het verminderen van schuldgevoelens en het versterken van de in therapie geleerde vaardigheden. 

Steungroepen bieden waardevolle aanmoediging en praktisch advies voor het omgaan met verleidingen, en helpen bij het opbouwen van een niet-veroordelende houding. Dit speelt een cruciale rol in het verbeteren van de kwaliteit van leven voor mensen met kleptomanie. Onderzoek door Asami et al. (2022) toont aan dat cognitieve herstructureringstherapie (CHT) gecombineerd met mindfulness, symptomen kan verbeteren en de levenskwaliteit kan verhogen bij patiënten met kleptomanie. 

Deze behandeling helpt bij het ontwikkelen van copingmechanismen en het versterken van zelfbeheersing, wat cruciaal is voor het voorkomen van terugval. Mensen met kleptomanie leren van modellen die hen helpen beter om te gaan met hun stoornis, waardoor ze een ondersteunend netwerk opbouwen dat essentieel is voor langdurig herstel.

Wat zijn de gevolgen van onbehandelde kleptomanie?

Onbehandelde kleptomanie kan leiden tot ernstige persoonlijke, juridische en financiële problemen, zoals beschreven door Therese, K. (2024) in “Kleptomania Disorder” uit The International Journal For Multidisciplinary Research. Onbehandelde kleptomanie verhoogt het risico op aanhoudend stelen, wat kan leiden tot arrestaties en gevangenisstraf.

Dit gedrag, ongeacht de onderliggende oorzaken,  veroorzaakt belangrijke emotionele schade, waaronder gevoelens van schaamte, isolatie en depressie, waardoor de kwaliteit van leven afneemt. Sociale relaties lijden onder het geheimhouden en de stigma’s, wat vertrouwen en communicatie binnen families kan doen afbrokkelen. Financieel gezien kunnen de gevolgen boetes, juridische kosten en verlies van een baan zijn, waardoor de financiële stabiliteit afneemt. 

Bovendien kan onbehandelde kleptomanie leiden tot andere mentale gezondheidsproblemen, zoals eetstoornissen, middelenmisbruik en impulscontrolestoornissen, en verhoogt het de kans op suïcidale gedachten en gedrag. Het verminderen van deze negatieve gevolgen vereist behandeling om de drang tot stelen te beheersen en de onderliggende emoties aan te pakken.

Hoe vaak komt kleptomanie voor in de algemene bevolking?

Kleptomanie wordt als zeldzaam beschouwd, maar heeft een geschatte prevalentie van 0,6 tot 0,8% in de algemene bevolking, met percentages tot 7,8% in klinische populaties, volgens onderzoek van Therese, K. (2024) in “kleptomanie Disorder. International Journal For Multidisciplinary Research.” 

Deze aandoening, die zich kenmerkt door een onweerstaanbare drang om te stelen, treft zowel mannen als vrouwen, maar studies tonen een hogere prevalentie bij vrouwen aan. De leeftijd waarop kleptomanie meestal begint, ligt vaak in de adolescentie of vroege volwassenheid. Ondanks de relatief lage prevalentie in de algemene bevolking, is de impact van kleptomanie enorm, met persoonlijke, juridische en sociale gevolgen voor de getroffen individuen.

Waar past verslaving aan stelen binnen het bredere landschap van gedragsverslavingen?

Verslaving aan stelen overlapt met impulscontrolestoornissen en verslavingsgedrag en past zo binnen het bredere landschap van gedragsverslavingen. Deze conditie wordt gekenmerkt door een herhaaldelijke drang naar en betrokkenheid bij steelgedrag, ondanks de negatieve gevolgen. 

Een studie van Asaoka en collega’s (2020) laat zien dat mensen met gedragsverslavingen zoals kleptomanie en parafilieën (afwijkende seksuele interesses) vaak veel negatieve gevoelens ervaren. Dit komt door een sterke neiging tot angst en onzekerheid. Kleptomanie wordt gezien als zowel een impulscontroleprobleem als een gedragsverslaving. 

Gedragsverslavingen verschillen van middelenverslavingen doordat ze zich richten op het herhaaldelijk uitvoeren van een handeling zonder het gebruik van een substantie, maar delen kernkenmerken zoals de opbouw van spanning voorafgaand aan het gedrag, gevolgd door opluchting of bevrediging. 

Ondanks deze verschillen, reageren beide soorten verslavingen op vergelijkbare behandelingen, wat wijst op gedeelde genetische en neurobiologische factoren. Steeds vaker wordt erkend dat gedragsverslavingen deel uitmaken van een spectrum van terugkerende, compulsieve gedragspatronen die officieel gecategoriseerd zijn in grote diagnostische systemen naast andere verslavingen.

Wordt kleptomanie beschouwd als een impulscontrolestoornis of een gedragsverslaving?

Kleptomanie wordt beschouwd als een impulscontrolestoornis omdat het officieel zo geclassificeerd staat in de belangrijkste diagnostische handleidingen. Deze stoornis kenmerkt zich door herhaalde handelingen die voortkomen uit een oncontroleerbare impuls om te stelen, zonder dat er een rationele motivatie achter zit. 

Kleptomanie deelt echter kenmerken met gedragsverslavingen, zoals de dwangmatige betrokkenheid bij een activiteit ondanks negatieve gevolgen, verminderde weerstand tegen de drang om te handelen, en een gevoel van opluchting of plezier na de daad. Onderzoekers en klinici hebben overeenkomsten opgemerkt in de onderliggende hersenmechanismen en reacties op behandeling tussen kleptomanie en middelenverslaving, waardoor sommigen het ook als een vorm van verslaving beschouwen. 

Echter, het wordt primair als een impulscontrolestoornis gezien vanwege de psychiatrische classificatie die het vertoont. Torales et al. (2021) benadrukken dat kleptomanie een verwaarloosde impulscontrolestoornis is met beperkte farmacologische en psychotherapeutische behandelopties, en onderstrepen de noodzaak van systematische studies naar de klinische kenmerken en behandelingen.

Hoe verschillen gedragsverslavingen van verslavingen aan middelen?

Gedragsverslavingen onderscheiden zich van middelenverslavingen door het ontbreken van fysieke ontwenningsverschijnselen en de nadruk op psychologische afhankelijkheid. Activiteiten zoals gokken of internetgebruik beïnvloeden het beloningssysteem van de hersenen en veroorzaken ernstige problemen in het dagelijks functioneren. 

Grant, J., Potenza, M., Weinstein, A., & Gorelick, D. (2010) benadrukken dat gedragsverslavingen veel domeinen delen met middelenverslavingen, wat de voorgestelde nieuwe categorie van Verslaving en Gerelateerde Stoornissen ondersteunt, die zowel middelengebruikstoornissen als niet-middelengebonden verslavingen omvat.

Kan een afkickkliniek helpen bij de behandeling van kleptomanie?

Ja, een afkickkliniek kan kleptomanie behandelen door een combinatie van psychotherapie en farmacotherapie aan te bieden, wat volgens Mouta et al. (2022) de negatieve gevolgen van kleptomanie vermindert en de kwaliteit van leven kan verbeteren, hoewel er geen specifieke behandeling beschikbaar is. 

Afkickklinieken bieden een gestructureerde omgeving waarin patiënten zowel poliklinische als klinische programma’s kunnen volgen, afhankelijk van de ernst van hun aandoening. Deze programma’s omvatten cognitieve gedragstherapie (CGT) en kunnen helpen bij het aanpakken van bijkomende problemen zoals middelenmisbruik en andere geestelijke gezondheidsproblemen. 

Afkickklinieken bieden ook ondersteuning bij het monitoren van de voortgang en kunnen intensieve behandeling bieden waarbij patiënten geplande sessies bijwonen terwijl ze in de kliniek wonen. Medicijnen zoals selectieve serotonineheropnameremmers, kunnen individuen helpen door de drang tot stelen te verminderen en gevoelens van schaamte en geheimhouding aan te pakken, waardoor ze helpen de cyclus van dwangmatig stelen te doorbreken.

Kan kleptomanie worden voorkomen?

Kleptomanie kan niet volledig voorkomen worden, maar vroege interventie kan de ernst en negatieve gevolgen verminderen. Studies tonen aan dat er geen betrouwbare methoden zijn om kleptomanie te voorkomen, maar vroege behandeling met therapie en medicatie helpt de ernst en negatieve gevolgen te verminderen. 

Het begrijpen van de complexe mix van psychologische, emotionele en mogelijk biologische factoren is essentieel. Een focus op het herkennen van waarschuwingssignalen en het identificeren van persoonlijke triggers en stressfactoren kan leiden tot betere controle over de impulsen. Het beoefenen van stressmanagementtechnieken en het leren van strategieën om spanning te verminderen, zijn stappen in het beheersen van de drang. 

Het vergroten van zelfbewustzijn en het opbouwen van een ondersteunend netwerk door open communicatie met geliefden en professionals kan het makkelijker maken om met de stoornis om te gaan. Vroege risicofactoren herkennen en aanpakken, zoals familiegeschiedenis van verslavings- of impulscontrolestoornissen, kan de kans op het ontwikkelen van kleptomanie verminderen. Het zoeken naar professionele hulp bij de eerste tekenen van de stoornis vermindert de kans op ernstige gevolgen.

Zijn er vroege waarschuwingssignalen voor het ontwikkelen van een verslaving aan stelen?

Ja, vroege waarschuwingssignalen zijn herhaalde drang tot stelen, opluchting na de daad, schuldgevoelens, en geen praktisch nut van gestolen spullen hebben. Geheimhouding, herhaling en oplopende spanning wijzen op een probleem. Vroegtijdige herkenning en hulp kunnen verslaving voorkomen.

Grant en Kim (2002) ontdekten dat mensen met kleptomanie vaker nieuwsgierig zijn, risico’s vermijden en minder gevoelig zijn voor beloning. Toch blijkt dat hun persoonlijkheid en opvoeding in hun jeugd geen verband hebben met hoe ernstig hun probleem is.

Wat moet je doen als je vermoedt dat een dierbare kleptomanie heeft?

Als je vermoedt dat een dierbare kleptomanie heeft, moet je professionele hulp aanmoedigen, zoals cognitieve gedragstherapie of medicatie. Bied emotionele steun zonder oordeel, vermijd strenge straffen en help hen zich aan behandelplannen te houden. Diverse studies adviseren deze aanpak.